Voor wie op 26 januari 2012 ouder is dan 18 jaar, is er categorie D. Jullie mogen ons met "Ecce Homo" - uit de bundel "Schreeuwlandschap" - de mens in al zijn facetten laten zien. Maar met de absolute vrijheid om te doen met dit thema wat men wil.
De hoofdprijs bedraagt 250 euro en er zijn naturaprijzen voor nog twee laureaten. En de tien beste gedichten per categorie worden gepubliceerd in een bundel die speciaal voor de gelegenheid zal verschijnen.

Je gedicht moet ons bereiken voor 26 januari 2010. 26 januari is Gedichtendag (zie ook www.gedichtendag.org).

Hoe stuur je het op?

Elke deelnemer mag maximum drie originele, Nederlandstalige gedichten inzenden. Deze gedichten mogen nog niet eerder gepubliceerd of bekroond zijn.
Op de achterzijde van je gedicht schrijf je een schuilnaam en je echte geboortedatum.
En je moet ze in vijfvoud, samen met drie postzegels van het gangbare tarief, opsturen naar Jotie T’Hooft Poëzieprijs, Gentstraat 115, B-9700 Oudenaarde.
Bij je gedicht of gedichten voeg je ook een dichtgekleefde omslag met op de buitenkant je schuilnaam en binnenin een blad met daarop je echte naam, adres, telefoonnummer en eventueel e-postadres.

Op zaterdag 12 mei 2012 worden de winnaars bekendgemaakt. Alle deelnemers zullen uitgenodigd worden op deze prijsuitreiking. De winnaars worden persoonlijk gecontacteerd.

Jury

De leden van de jury zullen het schoonste gedicht kiezen.
De uitspraak van de jury is bindend. De jury eigent zich het recht toe deelnemers te weigeren als er onregelmatigheden worden vastgesteld of prijzen niet toe te kennen. Elke deelnemer onderwerpt zich aan dit reglement.

    Ecce Homo

    Kijk, hoe zelfs de bitterste lippen zacht
    en zonder klagen met enige hete tranen
    in de oogkassen neerdwalen rustend
    op het roestend vel van deze aarde.

    Zie, hoe koel zich aan de vrouwen
    de dag vergrijpt na rijp beraad
    met kale handen last en tartend
    traag de nacht het licht ontrukt.

    Stremmend al trekt zich water een spoor
    door de moeheid heen, terwijl we zoeken
    - ik althans - naar een bevochtener vrede
    vriest rond ons de bloedbaan toe,

    er ontbladert zich een warmte.

    Overdag in dit seizoen sabel ik mezelf
    neer en bedenk dat de prijs die we betalen voor ons
    voor ons gebazel wrang is en dagelijks
    voor ieder woord genadeloos in de lijnen

    van ons vlees geschreven wordt, want winter
    is op komst voor ons, de klok keelt al
    koude over de landerijen en wij verzamelen
    zoveel mogelijk onszelf om de winterslaap te halen.

    Als dan de avond uit ons komt
    behoedzaam in de dingen lichten dooft
    doe ik niets dan luisteren naar regen
    die, hoe striemend ook, geen sporen laat
    in dit verval van zand.